Sofie en Wendy wonen ten noorden van Wageningen. De vakantie was begonnen en het was een buitengewoon mooie, warme dag. De meisjes besloten moedwillig om in de weide te gaan ontbijten. 

Sofie besloot haar ouderwetse donkerblauwe wandelschoenen aan te trekken terwijl Wendy besloot haar gloednieuwe sandalen aan te doen. 

Onderweg wandelden de meisjes noordwaarts door het bos langs hooiwagens, houtbewerkers en de boswachter. De vriendinnen vonden een mooi stukje gras naast een eeuwenoude watertoren en besloten tussen de korenblauwe weidebloemen neer te strijken. 

In de mand lagen heerlijke etenswaren. Sofie had tarwebrood met leverworst, gebraden worstjes, koekjes, bowl, cola en walnoten meegenomen. Wendy had het kleed, de badmintonset en de kruiswoordraadsels meegesjouwd. 

Sofie ontdekte dat de kruiswoordraadsels en de koekjes doorweekt waren van de cola. Terwijl Wendy de boekjes te drogen legde holde Sofie snel naar huis om nog meer cola te halen. 

Thuis aangekomen schreef Sofie een briefje voor haar moeder. "Lieve moeder, wilt u alstublieft meer cola en koekjes halen. Wendy en ik ontbijten in de weide naast de watertoren". Toen holde Sofie terug naar Wendy en at haar broodje leverworst. 

Na het ontbijt deden de meisjes wat kruiswoordraadsels en gingen daarna badmintonnen. Helaas werd het voorjaarsweer ruw verstoord door een oostenwind en wat regenwolken. Voordat alles omwaaide besloten te vriendinnen weer naar huis te wandelen. 